“Maar dat moet hij toch inmiddels zelf kunnen?” Het is een zin die ouders vaak horen. Van school, familie, vrienden of andere ouders. En hoewel zo’n opmerking meestal goed bedoeld is, kan hij behoorlijk binnenkomen. Want wat als jij als ouder juist voelt dat je kind het nog niet alleen kan?
Steeds vaker komen ouders bij mij met de vraag: “Wil je eens met ons meekijken?” Ze voelen vaak heel goed aan wat hun kind nodig heeft, maar zijn door de verwachtingen van hun omgeving gaan twijfelen aan hun eigen gevoel. Terwijl juist dat gevoel heel waardevol kan zijn.
Wat je kind kan, vertelt niet het hele verhaal
Een kind kan cognitief ontzettend veel kunnen. Lezen, rekenen, ingewikkelde gesprekken voeren, zelfstandig keuzes maken of enorm veel kennis hebben over de wereld. Maar daarmee is het nog niet automatisch emotioneel en sociaal klaar om alles zelfstandig te dragen.
Binnen de Loekemeijermethode kijken we daarom niet naar de cognitieve ontwikkeling of kalenderleeftijd, maar naar de ontwikkeling van de emotionele en sociale gehechtheid. Die ontwikkelingen lopen niet altijd gelijk. Een kind kan op het ene gebied ver vooruit zijn en op een ander gebied nog veel behoefte hebben aan nabijheid, ondersteuning en richting.
De vraag is daarom niet alleen:
“Wat kan mijn kind?”
Maar ook:
“Waar is mijn kind in zijn emotionele en sociale ontwikkeling?”
Misschien hoeft je kind niet meer losgelaten te worden
Wanneer we vooral kijken naar wat een kind volgens zijn leeftijd zou moeten kunnen, bestaat het risico dat we voorbijgaan aan wat het daadwerkelijk aankan. Binnen de Loekemeijermethode kijken we naar de ontwikkelingsfase van de emotionele en sociale gehechtheid. Van daaruit kijken we welke Actieve Nabijheid passend is. Soms betekent dat iets samendoen. Soms meer richting geven. Soms letterlijk dichtbij blijven. Niet om een kind klein te houden, maar om het de veiligheid te geven van waaruit het verder kan groeien.
Niet forceren. Niet achterblijven. Maar aansluiten bij waar je kind werkelijk is.
“Je ziet het goed.”
Dat is misschien wel een van de belangrijkste dingen die ik ouders meegeef. Een moeder vertelt bijvoorbeeld dat haar twaalfjarige zoon bij bepaalde dagelijkse dingen nog veel nabijheid nodig heeft. “Maar iedereen zegt dat hij dat nu toch zelf moet kunnen.”
Of een vader vertelt dat hij zijn dochter van negen niet alleen laat wanneer ze ’s avonds voor het slapen veel spanning ervaart. “Verwen ik haar daar niet te veel mee?”
Dan zeg ik soms: “Je ziet het goed.” En soms ook, iets minder netjes: “Je moet gewoon schijt hebben aan wat anderen ervan vinden.”
Niet omdat anderen geen goede bedoelingen hebben. Maar omdat zij jouw kind niet kennen zoals jij dat kent. Een ontwikkelingsfase laat zich niet bepalen door wat andere kinderen op die leeftijd doen of door wat er volgens een boekje zou moeten kunnen.
Als gedrag ineens een andere betekenis krijgt
Wanneer je kijkt naar de emotionele en sociale ontwikkeling, kan ook het gedrag van een kind er anders uit gaan zien. Wat eerst misschien afhankelijk, lastig of onzelfstandig leek, kan ineens een heel ander signaal zijn:
“Mijn kind heeft op dit moment iets anders van mij nodig.”
En juist wanneer die behoefte serieus wordt genomen, kan er ruimte ontstaan voor ontwikkeling. Niet altijd door meer te stimuleren of meer zelfstandigheid te verwachten. Soms juist door de druk eraf te halen en eerst te bieden wat een kind nodig heeft.
De juiste Actieve Nabijheid is daarbij belangrijk: niet te veel, niet te weinig, maar passend.
En dan komt soms die volgende stap vanzelf
Dat is ook wat ik zo mooi vind aan mijn werk als gehechtheidsspecialist. Ouders laten mij toe in hun gezin. Ze delen hun twijfels, hun zorgen en soms ook hun gevoel dat ze het even niet meer weten. Mijn rol is niet om het van hen over te nemen. Ik mag een stukje meelopen. Samen kijken we naar hun kind. Naar wat er onder gedrag kan liggen. Naar de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt. En vooral naar wat het op dat moment nodig heeft.
En soms gebeurt er dan iets heel moois. Een ouder durft weer te vertrouwen op het eigen gevoel. Een kind krijgt ruimte om op zijn eigen tempo een volgende stap te zetten. En na verloop van tijd kijken we samen terug en denken we: “Kijk nou. Dit lukt wél.”
Dat zijn voor mij de mooiste momenten. Niet omdat ik een oplossing heb bedacht, maar omdat ouders hun kind beter zijn gaan begrijpen en daardoor beter kunnen aansluiten.
Kinderen hoeven niet sneller groot te worden dan ze aankunnen.
Soms hebben ze geen grotere afstand nodig, maar juist iemand die nog even naast ze blijft staan.
Ben je nieuwsgierig naar de Loekemeijermethode en wil je weten wat het in jouw gezin kan betekenen? Neem dan gerust contact met mij op. Ik help je graag verder.
Reactie plaatsen
Reacties